Kerkliedwiki bundels.png
Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen!

Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.

Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Nu verkrijgbaar: 'Op andere lippen', een cd met liederen bij een afscheid. Lees meer over dit project.

Wil je ons werk financieel steunen? Hier vind je meer over doneren. Heb je vragen over de Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

'k Heb lang den HEER' in mijnen druk verwacht

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is niet te vinden in één van de veelgebruikte liedbundels.
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
'k Heb lang den HEER' in mijnen druk verwacht
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 1773
Psalm 40
Schrijver David (volgens opschrift)
Latijnse titel Expectans expectavi
Vulgaat Psalm 39
Berijming Psalmberijming van 1773
Tekst
Dichter Johannes Eusebius Voet
Bijbelplaats Psalm 40
Metrisch 10-8-8-10-7-7-6-6-6-6
Muziek
Componist Loys Bourgeois
Solmisatie 6-6-6-1-2-4-3-2-1-2
Gebruik
Kerkelijk jaar Veertigdagentijd
Paasmorgen
Liedbundels
Psalmberijming van 1773 40

'k Heb lang den HEER' in mijnen druk verwacht is een berijming van Psalm 40, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van 1773. De tekst is van Johannes Eusebius Voet, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.

Opname beluisteren

Tekst

PSALM 40

1
’k Heb lang den HEER’ in mijnen druk verwacht,
en Hij heeft Zich tot mij geneigd.
Ik riep, door nood op nood bedreigd,
Hij gaf gehoor aan mijne jammerklacht.
Mij, in den kuil verzonken,
mij heeft Hij hulp geschonken,
gevoerd uit modd’rig slijk,
mij op een rots gezet,
waar ik, met vasten tred
die jammerkolk ontwijk.

2
Hij geeft m’ opnieuw een danklied tot Zijn eer,
een lofzang. Velen zullen ’t zien
en God eerbiedig hulde biên,
Hem vrezen en vertrouwen op den HEER’.
Wel hem, die ’t Opperwezen
dus kinderlijk mag vrezen,
op Hem vertrouwen stelt,
en in gevaar geen kracht
van ijd’le trotsaards wacht,
van leugen of geweld.

3
Mijn God, Gij hebt Uw wond’ren groot gemaakt.
Wie is ’t, die ’t onbepaald getal
van Uw gedachten melden zal,
wat geest zo vlug, wat tong zo welbespraakt?
Geen slachtvee, geen altaren
vol spijs ten offer waren
het voorwerp van Uw lust.
Gij hebt mij naar Uw woord
mijn oren doorgeboord,
en ’t lichaam toegerust.

4
Brandofferen, noch offer voor de schuld
voldeden aan Uw eis noch eer.
Toen zeid’ Ik: “Zie, Ik kom, o HEER’,
de rol des boeks is met Mijn naam vervuld.
Mijn ziel, U opgedragen,
wil U alleen behagen,
Mijn liefd’ en ijver brandt;
Ik draag Uw heil’ge wet,
die Gij den sterv’ling zet,
in ’t binnenst’ ingewand.”

5
Uw heilleer wordt door mij alom verbreid:
’k bedwing mijn tong en lippen niet.
Gij weet het, HEER’, Die alles ziet:
mijn hart verbergt nooit Uw gerechtigheid.
Uw waarheid doe ik horen,
Uw heil, den mens beschoren,
vloeit daag’lijks uit mijn mond.
Uw gunst, Uw trouw, Uw woord
en Godsgeheimen hoort
Uw talrijk volk in ’t rond.

6
G’ onthoudt, o HEER’, dan Uw barmhartigheên
mij nooit in knellend zielsgevaar.
Dat mij Uw gunst en trouw bewaar’,
daar ik door ramp op ramp mij vind bestreên.
Ik voel mij aangegrepen,
door zonden fel benepen,
een heir niet t’ overzien,
die ik veel minder dan
mijn hoofdhaar tellen kan;
zij doen mijn krachten vliên.

7
’t Behaag’ U mij te redden uit den nood,
o HEER’, bied vaardig onderstand.
En overstort met schaamt’ en schand’
hen, die mijn ziel vervolgen tot den dood.
Laat z’ achterwaarts gedreven,
met schand’ in ’t vluchten sneven,
wier lust is in mijn kwaad.
Verwoesting zij het loon
voor al den schimp en hoon
van hem, die mij versmaadt.

8
Verheug het volk, verblijd hen allen, HEER’,
die naar U zoeken t’ elken stond’.
Leg steeds Uw vrienden in den mond:
“Den groten God zij eeuwig lof en eer!”
Schoon ’k arm ben en ellendig,
denkt God aan mij bestendig.
Gij zijt mijn hulp, mijn kracht,
mijn Redder, o mijn God,
Bestierder van mijn lot,
vertoef niet, hoor mijn klacht!

(Psalmberijming van 1773)

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Zettingen

Bewerkingen om te zingen

Bewerkingen om te spelen

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Voetnoten

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren.