Kerkliedwiki bundels.png
Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen!

Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.

Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki wijst je de weg naar meer dan 12.000 liederen! Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.

Nu verkrijgbaar: 'Op andere lippen', een cd met liederen bij een afscheid. Lees meer over dit project.

Wil je ons werk financieel steunen? Hier vind je meer over doneren. Heb je vragen over de Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

'k Hef mijn ziel, o God der goden

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Zangbundel Joh de Heer 346
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
'k Hef mijn ziel, o God der goden
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 1773
Psalm 25
Schrijver David (volgens opschrift)
Latijnse titel Ad te, Domine, levavi
Vulgaat Psalm 24
Berijming Psalmberijming van 1773
Tekst
Dichter Johannes Eusebius Voet
Bijbelplaats Psalm 25
Metrisch 8-7-8-7-7-8-7-8
Muziek
Componist Loys Bourgeois
Solmisatie 1-7-6-5-1-2-3-1
Gebruik
Trefwoord Boetpsalm
Gebed om heiligheid des levens
Voorbereiding Heilig Avondmaal
HC Zondag 6 Van den Middelaar
HC Zondag 30 Van de vereisten der avondmaalgangers
Liedbundels
Zangbundel Joh. de Heer 346
Psalmberijming van 1773 25

'k Hef mijn ziel, o God der goden is een berijming van Psalm 25, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van 1773. De tekst is van Johannes Eusebius Voet, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen. De Zangbundel Joh. de Heer heeft hiervan de strofen 2 (Heer, ai, maak mij Uwe wegen), 4, 5, 6 en 7.

Opname beluisteren

Tekst

PSALM 25

1 ’k Hef mijn ziel, o God der goden,
tot U op, Gij zijt mijn God!
’k Heb op U vertrouwd in noden,
weer van mij toch schaamt’ en spot.
Dat mijn vijand nooit van vreugd
om mij opspring’. Die U wachten,
dekt nooit schaamt’, maar die de deugd
zonder oorzaak stout verachten.

2
HEER’, ai, maak mij Uwe wegen
door Uw woord en Geest bekend;
leer mij, hoe die zijn gelegen
en waarheen G’ Uw treden wendt:
leidt mij in Uw waarheid, leer
ijv’rig mij Uw wet betrachten,
want Gij zijt mijn heil, o Heer’,
’k blijf U al den dag verwachten.

3
Denk aan ’t vaderlijk meêdogen,
HEER’, waarop ik biddend pleit:
milde handen, vriend’lijk’ ogen
zijn bij U van eeuwigheid.
Sla de zonden nimmer gâ,
die mijn jonkheid heeft bedreven;
denk aan mij toch in genâ,
om Uw goedheid eer te geven.

4
’s HEEREN goedheid kent geen palen.
God is recht, dus zal Hij door
onderwijzing hen, die dwalen,
brengen in het rechte spoor.
Hij zal leiden ’t zacht gemoed
in het effen recht des Heeren:
wie Hem need’rig valt te voet,
zal van Hem Zijn wegen leren.

5
Lout’re goedheid, liefdekoorden,
waarheid, zijn des HEEREN paân
hun, die Zijn verbond en woorden
als hun schatten gadeslaan.
Wil mij, Uwen naam ter eer,
al mijn euveldaân vergeven:
ik heb tegen U, o HEER’,
zwaar en menigmaal misdreven!

6
Wie heeft lust den HEER’ te vrezen,
’t allerhoogst en eeuwig goed?
God zal Zelf zijn Leidsman wezen,
leren hoe hij wand’len moet.
’t Goed, dat nimmermeer vergaat,
zal hij ongestoord verwerven,
en zijn Godgeheiligd zaad
zal ’t gezegend aard’rijk erven.

7
Gods verborgen omgang vinden
zielen, waar Zijn vrees in woont;
’t heilgeheim wordt aan zijn vrinden,
naar Zijn vreêverbond, getoond.
d’ Ogen houdt mijn stil gemoed
opwaarts, om op God te letten:
Hij, Die trouw is, zal mijn voet
voeren uit der bozen netten.

8
Zie op mij in gunst van boven,
wees mij toch genadig, Heer’!
Eenzaam ben ik en verschoven,
ja, d’ ellende drukt mij neer.
’k Roep U aan in angst en smart,
duizend zorgen, duizend doden
kwellen mijn angstvallig hart:
voer mij uit mijn angst en noden!

9
Sla op mijn ellenden d’ ogen,
zie mijn moeite, mijn verdriet,
neem mijn zonden uit meêdogen
gunstig weg, gedenk die niet.
Zie mijn haters, daar ’t getal
vast vermeêrt van die mij vloeken
en die rusteloos mijn val
heet en wrevelmoedig zoeken.

10
Hoed mijn ziel, en red z’ uit noden,
maak mij niet beschaamd, o HEER’,
want ik kom tot U gevloden.
Laat d’ oprechtheid meer en meer
met de vroomheid mij behoên.
’k Wacht op U in mijn ellenden.
Laat Uw hand in tegenspoên
Israël verlossing zenden.

(Psalmberijming van 1773)

Ontstaan

Inhoud

Muziek

Muziekuitgaven

Hymnologische informatie

Culturele informatie

Literatuur

Externe links

Beginnetje 2.png Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren.