Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Neem, HEER', mijn bange klacht ter oren!
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Neem, HEER', mijn bange klacht ter oren! | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | 1773 | |
| Psalm 5 | ||
| Schrijver | David (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Verba mea auribus | |
| Vulgaat | Psalm 5 | |
| Berijming | Psalmberijming van 1773 | |
| Tekst | ||
| Dichter | Genootschap Laus Deo, Salus Populo | |
| Bijbelplaats | Psalm 5 | |
| Metrisch | 9-8-8-9-5 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Melodie | Psalm 64 | |
| Solmisatie | 2-6-7-1-1-2-1-7-6 | |
| Gebruik | ||
| Trefwoord | HC Zondag 4 Van de straf der zonde HC Zondag 40 Van het zesde gebod HC Zondag 52 Van het besluit des gebeds | |
| Liedbundels | ||
| Psalmberijming van 1773 5 | ||
Neem, HEER', mijn bange klacht ter oren! is een berijming van Psalm 5, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van 1773. De tekst is van Genootschap Laus Deo, Salus Populo, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 5
1
Neem, HEER’, mijn bange klacht ter oren!
Zie, als ’t aan woorden mij ontbreekt,
wat d’ overdenking in mij spreekt.
Verwaardig U uit ’s hemels koren
mijn stem te horen!
2
Sla ied’re zucht, mijn hart ontgleden,
opmerkend gâ. Schenk mij ’t genot
Uws heils, mijn Koning en mijn God!
Ik zal tot U met mijn gebeden
eerbiedig treden.
3 Ik zal, door ijvervuur aan ’t blaken,
o HEER’, bij ’t scheem’rend morgenlicht
mij stellen voor Uw aangezicht,
oprechte boezemzuchten slaken
en biddend waken.
4
Gij, Die geducht zijt in vermogen,
verdraagt de goddeloosheid niet.
Gij zult, o God, Die ’t al doorziet,
den boze voor Uw heilig’ ogen
geenszins gedogen.
5
Wie zinloos, zonder t’ overwegen
wat hem betaamt, tot U durft gaan,
zal voor Uw aanschijn niet bestaan.
Gij haat en staat hen billijk tegen,
die onrecht plegen.
6
Gij, HEER’, verdelgt den leugenspreker.
Hij, die zijn hand met bloed bevlekt
en gruw’len met bedrog bedekt,
tergt als de snoodste wetsverbreker
den hoogsten Wreker.
7
Maar mij ontmoet Uw mededogen.
Ik zal, Uw woning ingeleid,
en naar ’t paleis der heiligheid
in ware Godsvrees neergebogen,
Uw gunst verhogen.
8
Leid mij in Uw gerechtigheden
om mijn verspied’ren wil, en richt
Uw wegen voor mijn aangezicht:
dan zal ik veilig voorwaarts treden
met vaste schreden.
9
Al ’t recht is van hun mond geweken,
zij leggen ’t op verderven toe,
hun keel is nooit verslindens moe,
hun tong tracht vleiend ons door treken
naar ’t hart te steken.
10
Draagt Gij, o God, hen nog geduldig?
Verwoest hun raadslag, drijf hen heen,
daar z’ Uwe wet zo stout vertreên.
Zij tergen U te menigvuldig:
verklaar hen schuldig.
11
Maar geef Uw dierb’ren gunstelingen,
wier geest in U zijn sterkte vindt,
wier hart Uw naam oprecht bemint,
in U volvrolijk op te springen
en blij te zingen.
12
’t Rechtvaardig volk zult Gij belonen,
terwijl Gij, HEER’, hen overdekt,
hun tot een veilig schild verstrekt.
Gij zult goedgunstig hen bekronen,
Ja, bij hen wonen.
(Psalmberijming van 1773)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |