Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Niet ons, niet ons, maar U behoort, o HEER'
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Niet ons, niet ons, maar U behoort, o HEER' | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | Omstreeks 1566 | |
| Psalm 115 | ||
| Type | Halleluja-psalm | |
| Latijnse titel | Non nobis, Domine | |
| Vulgaat | Gecombineerd met Psalm 114 tot Psalm 113 | |
| Berijming | Psalmberijming van Petrus Datheen | |
| Tekst | ||
| Dichter | Petrus Datheen | |
| Bijbelplaats | Psalm 115 | |
| Metrisch | 10-10-7-10-10-7 | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Solmisatie | 6-1-7-6-2-4-4-5-5-6 | |
| Gebruik | ||
| Thema | Bevestiging ambtsdragers | |
| Trefwoord | HC Zondag 9 Van de Schepping HC Zondag 30 Van de paapse mis HC Zondag 35 Van het tweede gebod | |
| Liedbundels | ||
| Bundel van Petrus Datheen 115 | ||
Niet ons, niet ons, maar U behoort, o HEER’ is een berijming van Psalm 115, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van Petrus Datheen. De tekst is van Petrus Datheen, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 115
1
Niet ons, niet ons, maar U behoort, o HEER’,
Om Uwes woords wille alleen de eer;
’t Welk is en blijft waarachtig.
Waarom zouden de heidenen met spot,
Lachende zeggen: Waar is nu haar God,
Dien zij aanroepen klachtig?
2
Onze God woont in den hemel voorwaar,
Hij maakt en doet alles in ’t openbaar,
Wat Hij wil in de landen.
Maar aller heidenen afgoden zijn
Niets dan goud en zilver gelouterd fijn,
Werken der mensenhanden.
3
Zij hebben monden en spreken gaar niet,
En ogen derwelken gene iets ziet;
Het zijn all’ dode dingen.
Zij hebben oren, maar gans geen gehoor;
Neuzen, nochtans wat men hen stellet voor,
Genen reuk zij inbringen.
4
Zij hebben handen en grijpen niets aan;
Haar voeten kunnen ganselijk niet gaan;
Haar kele kan niet spreken.
Die ze maken, zijn hen gelijk voortaan,
En die ze bezoeken, en daarop staan,
Zijn daarbij vergeleken.
5
Maar gij, Israël, hoopt op den HEER’ rein;
Hij is uwe Hulp en uw Kracht allein,
En uwen Schild bevonden.
Gij huis Aärons, op God vast betrouwt;
Hij is uw Sterkheid, als gij zijt benauwd,
Die u helpt t’ allen stonden.
6
Gij die God vreest, laat uw hoop zijn gesteld
Op God, Die uw Kracht is en uw Geweld;
Voor Wien de bozen beven.
De HEER’ gedenkt onzer; Hij wil ook goed
Israëls en Aärons huis met spoed,
Zijn zegeningen geven.
7
Allen dien die God vrezen in ’t gemein,
Hetzij dat ze groot zijn of ook zeer klein,
Doet God veel goeds genadig.
De HEER’ zal u meer zegenen altijd,
En uwe kinderen maken verblijd,
Door Zijn goedheid weldadig.
8
Gij zijt dat volk dien God uit liefde geeft
Veel goeds; Die den hemel en d’ aarde heeft
Gemaakt zere bekwame.
De hemelen zijn des HEEREN allein;
Der mensenkinderen dat aardse plein
Gaf Hij in altezame.
9
De doden en zullen, HEER’, Uwen lof
Niet verkonden, noch zij die nu in ’t stof
En in ’t graf zijn gelegen;
Maar wij die leven, zullen overal
U altijd loven met blijde geschal,
En prijzen allerwegen.
(Psalmberijming van Petrus Datheen)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |