Kerkliedwiki bundels.png
Wie ons steunt met € 10,- krijgt een leuk aandenken: de unieke Ubi-cari-tas
info@kerkmuzieknetwerk.nl
Kerkliedwiki bundels.png Kerkliedwiki verzorgt een wekelijkse podcast: Luistertroost! Onze alternatieve omgang met het kerklied, nu samen zingen in de kerk niet kan. Zo houden we de lofzang en de troost van liederen gaande.

Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas. Meer weten of vragen over Kerkliedwiki? info@kerkmuzieknetwerk.nl

Voor hen die ons regeren

Uit Kerkliedwiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit lied is te vinden in de volgende veelgebruikte liedbundel(s):
Liedboek 2013 994 (a) Tussentijds 214 (a)
Mogelijk staat het ook in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
Voor hen die ons regeren
Vorm Strofelied
Herkomst
Taal Nederlands
Land Nederland
Periode 20e eeuw
Tekst
Dichter Tom Naastepad
Vertaler Margryt Poortstra (Fr)
Bijbelplaats Jesaja 32:1-8
1 Timoteüs 2:1-2
Deuteronomium 17:8-20
Metrisch 7-6-7-6-8-7-6
Muziek
Componist Heinrich Schütz (a)
Wim Kloppenburg (b)
Melodie Wohl denen, die da wandeln (a)
Solmisatie 5-1-2-3-5-4-3 (a)
2-2-3-4-2-4-5-2 (b)
Gebruik
Thema Vrede en gerechtigheid
Trefwoord Bevrijdingsdag
Liedbundels
Liedboek 2013 994 (a)
Tussentijds 214 (a)
De woorden gezongen 24 (a)
Lieteboek 2013 994 (a)
Het lied op onze lippen 66 (a,b)
Tuskentiden 214 (a)
Zingend Geloven 2-97 (a)

Voor hen die ons regeren is een lied van Tom Naastepad (1921-1996), geschreven op de melodie van Heinrich Schütz (1585-1672), Wohl denen, die da wandeln (melodie).

Opname beluisteren

  • Duitse versie (melodie a):

Tekst

De tekst is auteursrechtelijk beschermd en kan daarom hier niet worden weergegeven.

Ontstaan

De tekst van dit lied gaat uit van de veronderstelling dat er nu eenmaal van hogerhand bestuurd en beschikt moet worden om het leven tot een samenleving te maken, en dat het tot de menselijke mogelijkheden behoort dat dit goedschiks gebeurt", aldus de dichter van dit lied. Het lied vraagt om die bijbelse impuls waarin de laatsten de eersten zullen zijn en waarin de armen in dit land de gestalte zijn van Gods majesteit.

Maar het gevaar is dat het kwaadschiks gaat, en dat nu juist deze gestalte van Gods majesteit wordt miskend: bij elke volgende strofe wordt op dit gevaar dieper ingegaan. Het gevaar namelijk, dat de sterken slechts aan zichzelf zullen denken (strofe 2), dat het land zich in blinde overmoed te buiten gaat (strofe 3) en dat het onverstand de boventoon zal voeren (strofe 4). Zowel overheid als volk worden daardoor bedreigd:

Wij dienen vele heren
tot schade van het land (strofe 4)

Daarom zijn de laatste woorden van het lied een bede om vergeving:

Gij zijt genade! Uw bevel
doet leven en vergeven,
o Zoon van Israël!

Net zoals de eerste woorden een bede zijn 'om ootmoed en verstand' (strofe 1) voor 'de hoofden van het land'. En 'ootmoed' staat dan voor nederigheid tegenover God.

In de vier zeven-regelige strofen valt op, dat de zesde regel telkens buiten het strakke rijmschema valt en op die manier bijzonder de aandacht trekt: 'al de getuigenissen' (strofe 1), 'en niemand wordt behouden'(strofe 2), 'en voor het blinde razen' (strofe 3), 'doet leven en vergeven' (strofe 4). (Bron: Commentaar bij Zingend Geloven, geplaatst bij lied 160 (oude nummering) uit Zingend Geloven, deel 2.)

Inhoud

De beginregels van de strofen luiden:

  • 1. Voor hen die ons regeren
  • 2. De sterken die bewaken
  • 3. Wij bidden ook om vrede
  • 4. O God, Gij moet regeren.

Muziek

Oorspronkelijk komt de melodie van Heinrich Schütz voor in het zgn. Becker-Psalter van 1661, waarin het als een (gedeeltelijke) berijming van Psalm 119 is opgenomen: Wohl denen, die da wandeln. Ad den Besten schreef van dit lied een vertaling, die gepubliceerd is in de bundel 'Contrafacten', en waarop Tom Naastepad zijn tekst ook maakte. De G grote tertsmelodie van Schütz begint met een sterk omhoog-strevende melodiegang, van onderdominant (d') tot bovendominant (d"). Zo omspant de eerste regel met een gebroken akkoord de omvang van een octaaf, waarbinnen het gehele lied zich verder afspeelt. De eerste en tweede zin vormen een muzikale eenheid: zowel de melodie als het ritme lopen door. Regel 2 eindigt op de dominantnoot a; dit leidt tot een goede aansluiting met regel 3 en 4, welke een herhaling van het eerste regelpaar zijn; het zijn de twee Stollen (samen het Aufgesang) van de Barvorm. Met regel 5 begint het Abgesang. Ook deze regel vormt samen met de zesde een muzikale eenheid. Tot nu toe bestond het ritme voornamelijk uit kwartnoten; het is een sterk syllabische melodie, waarin twee kleine achtsten melisma's voorkomen in regel 2 en 4. De zevende (slot-)regel valt op door een afwijkend ritme; deze regel begint bovendien op de topnoot, die in het Abgesang nog niet eerder voorkwam. (Bron: toelichting ontleend aan 'Commentaar bij Zingend Geloven', gepubliceerd bij (oude nummering) deel 2 lied 160.)

Muziekuitgaven

Zie het artikel Zie Wohl denen, die da wandeln (melodie) voor een overzicht van alle (orgel)literatuur en koorbewerkingen van deze melodie.

Literatuur

Toelichtingen:

Culturele informatie

  • Het is gebruikelijk in veel protestantse kerken om dit lied te zingen op zondagen rond een datum van nationale betekenis. Bijv. Bevrijdingsdag (5 mei), Prinsjesdag (derde dinsdag in september).

Hymnologische informatie

Margryt Poortstra maakte de Friese vertaling: Wy bidde God, de Heare