Tips nodig? Zo kun je een lied zoeken. Hier vind je een overzicht van alle liedbundels.
Wil je ons werk steunen? Hier vind je meer over doneren of koop onze unieke Ubi-cari-tas.
|
Welzalig hij, die zich verstandig draagt
Mogelijk staat het wel in andere liedbundels. Kijk hiervoor in de infobox rechts, onder het kopje 'Liedbundels'.
| Welzalig hij, die zich verstandig draagt | ||
| Vorm | Strofelied | |
| Herkomst | ||
| Taal | Nederlands | |
| Land | Nederland | |
| Periode | 1773 | |
| Psalm 41 | ||
| Schrijver | David (volgens opschrift) | |
| Latijnse titel | Beatus qui intellegit | |
| Vulgaat | Psalm 40 | |
| Berijming | Psalmberijming van 1773 | |
| Tekst | ||
| Dichter | Johannes Eusebius Voet | |
| Bijbelplaats | Psalm 41 | |
| Metrisch | 10-6-10-6-10-6-10-6 (1-6) 10-6-10-6 (7) | |
| Muziek | ||
| Componist | Loys Bourgeois | |
| Solmisatie | 6-2-2-1-2-3-2-1-7-6 | |
| Gebruik | ||
| Kerkelijk jaar | Veertigdagentijd | |
| Thema | Ziekte | |
| Liedbundels | ||
| Psalmberijming van 1773 41 | ||
Welzalig hij, die zich verstandig draagt is een berijming van Psalm 41, deze berijming maakt deel uit van de Psalmberijming van 1773. De tekst is van Johannes Eusebius Voet, de melodie is afkomstig uit de Geneefse Psalmen.
Inhoud
Opname beluisteren
Tekst
PSALM 41
1
Welzalig hij, die zich verstandig draagt
bij een ellendig mens.
De HEER’ zal hem, wanneer hij treurt en klaagt,
bevrijden naar zijn wens,
behoeden en doen leven hier op aard’
in vreê en zaligheid,
nooit van zijn God verlaten, maar bewaard
voor ’s vijands boos beleid.
2
De HEER’ zal hem, op ’t ziekbed neergestort,
versterken door Zijn kracht.
Gij maakt, dat zelfs zijn ganse leger wordt
veranderd door Uw macht.
Ik heb tot God geroepen om genâ,
’k zei in mijn angst en leed:
“Genees mij, HEER’, die bij U schuldig sta
en tegen U misdeed!”
3
In plaats van troost, vervolgt mij ’s vijands blaam.
Zij zeggen tot elkaar:
“Waar blijft zijn dood, wanneer vergaat zijn naam?”
Komt iemand van die schaar
om mij te zien, dan spreekt hij vals en smeedt
mij kwaad, zoveel hij kan;
als hij terug van mij naar buiten treedt,
spreekt hij er and’ren van.
4
Zij momp’len saâm, vervuld met bitt’ren haat;
van raadslaan nimmer moe,
bedenken zij een goddeloos verraad.
Men zegt: “Gods geselroê
treft hem gewis, een schenddaad kleeft hem aan;
hij ligt voor eeuwig neer:
nu zult gij hem niet weder op zien staan,
hersteld gelijk weleer”.
5
Zelfs hij, op wien ik voormaals heb vertrouwd
mijn vreê- en disgenoot,
verhief zijn hiel en sloeg mij fier en stout,
terwijl hij at mijn brood.
Maar Gij, o HEER’, schiet tot mijn hulpe toe,
bewijs genâ en red
en richt mij op, dat ik vergelding doe
en d’ ontrouw palen zett’.
6
Ik ken Uw gunst, ik ken Uw trouw hieraan,
dat zich mijn vijand niet
beroemen zal, noch ik te gronde gaan,
wijl Gij mij bijstand biedt,
mij onderhoudt in mijn oprechtigheid,
en voor Uw aangezicht
met teed’re zorg en trouwe hulp geleidt
naar ’t eeuwig, zalig licht.
7
Looft Isrels God, roept door all’ eeuwigheên
des HEEREN grootheid uit:
dat elk met mij zijn lofzang en gebeên
met amen, amen, sluit’.
(Psalmberijming van 1773)
Ontstaan
Inhoud
Muziek
Zettingen
Bewerkingen om te zingen
Bewerkingen om te spelen
Muziekuitgaven
Hymnologische informatie
Culturele informatie
Literatuur
Externe links
Voetnoten
| Dit artikel is helaas nog slechts een beginnetje. Kerkliedwiki nodigt u uit uw kennis te delen door het artikel te verbeteren. |